davinci ai bijbel jezus links contact

 

Wat moeten we denken van het evangelie van Judas?

Door Craig A. Evans
Acadia Divinity College

Donderdag 6 april 2006, hield National Geopraphic Society een persconferentie in haar Washington DC hoofdkwartier en kondigde aan ongeveer 120 correspondenten de ontdekking, restoratie en vertaling aan van het evangelie van Judas. Het verhaal verscheen als voorpaginanieuws in vele grote kranten over de gehele wereld en was het onderwerp van discussie in verscheidene nieuwsprogramma’s op televisie die avond en de avonden die daarop volgden. Een twee uur durende documentaire op National Geographic Channel werd op zondagavond 9 april uitgezonden en is sindsdien verscheidene malen uitgezonden.

Wat is het evangelie van Judas? Vanwaar alle opwinding, en wat moeten christenen en anderen hiervan vinden?

De ontdekking van het evangelie van Judas.

Zo goed als onderzoekers maar kunnen bepalen, werd een in leer gebonden codex (of oud boek), waarvan de pagina’s uit papyrus bestaan, ontdekt in de late jaren 70, misschien in 1978, in Egypyte, misschien in een grot. De vijf jaar die daarop volgden zwierf de codex, geschreven in het Koptisch [1], over de Egyptische antiekmarkt. In 1983 onderzocht Stephen Emmel, een Koptisch geleerde, die handelde namens James Robinson, voorheen van de Claremont Graduate University en bekend om zijn werk met de gelijkwaardige Nag Hammadi codex, de recent ontdekte codex. Emmel was in staat vier geschriften te identificeren, inclusief één die vaak spreekt over Judas in gesprek met Jezus. Hij concludeerde dat de codex origineel was (d.w.z. geen namaak) en dat het waarschijnlijk gedateerd is in de 4e eeuw. Latere wetenschappelijke testen bevestigen Emmels intellectuele schatting.

De verkoper was niet in staat de vraagprijs te krijgen. Nadat de codex naar de Verenigde Staten gereisd was, waar het in een kluis terechtkwam op Long Island, New York, en waar het ernstig verslechterde, plaatste een andere dealer het in een diepvriezer, denkend dat de extreme kou de codex kon beschermen tegen de schadelijke luchtvochtigheid. Helaas moest de codex dit ontberen met het papyrus dat donkerbruin kleurde en broos werd.

Gelukkig werd de codex uiteindelijk aangeschaft door de Maecenas Stichting in Zwitzerland en met behulp van de National Geographic Society hersteld en gedeeltelijk gerestaureerd. Ik zeg “gedeeltelijk gerestaureerd” om een onbekend aantal pagina’s die vermist zijn (mogelijk meer dan veertig) en slechts 85% van het veelbesproken evangelie van Judas is gereconstrueerd.

De National Geographic Society gaf wijselijk opdracht dat een serie tests moest worden uitgevoerd, inclusief de carbon 14 test, analyse van de inkt, en verscheidene vormen van simulatie om achter de leeftijd en geloofwaardigheid van de codex te komen. Carbon 14 dateert de codex tussen 220 en 340 na Christus. Op dit moment neigen de meeste leden van het team naar een datering tussen 300 en 320 na Christus.

In 2005 verzamelde de Society een team van bijbelgeleerden, buiten de Koptologen Rodolphe Kasser, Gregor Wurst en anderen, om te helpen met de interpretatie van het evangelie van Judas. Onder deze toegevoegde leden waren Bart Ehrman, Stephen Emmel, Craig Evans, Marvin Meyer (die ook hielp met de reconstructie van de codex), Elaine Pagels en Donald Senior. [2]  Met uitzondering van Rodolphe Kasser, die ziek is, waren alle Koptologen aanwezig op de bovenstaande persbijeenkomst en deden verklaringen.

De publicatie van het evangelie van Judas

Een Engelse vertaling van het evangelie van Judas is gepubliceerd door de  National Geographic Society in een aantrekkelijk boek door Rodolphe Kasser, Marvin Meyer en Gregor Wurst. [3]  Dit boek bevat zeer behulpzame inleidende essays door de redacteuren en vertalers, inclusief één door Bart Ehrman, die de situatie van de codex toelichten, het verband van het evangelie van Judas met vroege christelijke literatuur, inclusief andere Gnostische teksten. [4]

Het evangelie van Judas wordt gevonden op pagina 33-58 van codex Tchacos, maar er zijn drie andere manuscripten:
De pagina’s 1 t/m 9 bevatten een versie van de brief van Paulus aan Filippus, wat ongeveer dezelfde tekst is als het tweede manuscript van Nag Hammadi’s codex VIII. De pagina’s 10-32 bevatten een boek van Jakobus dat het derde manuscript van Nag Hammadi’s codex V benadert, wat daar de Eerste Openbaring van Jakobus wordt genoemd. De pagina’s 59-66 bevatten een werk zonder naam waarin de figuur Allogenes (“vreemdeling”) voorkomt. Dit manuscript wat erg fragmentarisch is, lijkt geen relatie te hebben met het derde manuscript van Nag Hammadi’s codex XI, die Allogenes genoemd wordt. En tenslotte is zeer recentelijk een fragment naar de oppervlakte gekomen waarop mogelijk pagina nummer “108” voorkomt. Als dit zo is dan mogen we concluderen dat de laatste 42 pagina’s van Codex Tchacos vermist zijn.

De inhoud van het evangelie van Judas

Het evangelie van Judas begint met de volgende woorden: “Het geheime relaas [5] van de openbaring die Jezus sprak in gesprek met Judas Iscariot” (pagina 33, regel 1-3). Het manuscript eindigt met de woorden: “Het evangelie [6] van Judas”(pagina 58, regel 28-29). Deze regels zijn verbazingwekkend genoeg, echter wat zich hier tussenin afspeelt is wat tot de belangrijkste discussie heeft geleid.
 
Het is Judas Iscariot die uitgekozen is als Jezus’ belangrijkste discipel. Hij alleen is in staat Jezus’ meest diepgaande leringen en openbaring te ontvangen. Jezus lacht om de gebeden en offers van de andere discipelen. Zij bevatten niet wie Jezus werkelijk is en vanwaar Hij gekomen is. Echter Judas is in staat om voor Jezus te staan (Pag. 35, regel 8-9). “Ik weet wie u bent en van waar u komt. U bent van de onsterfelijke wereld van Barbelo. En ik ben niet waardig de naam uit te spreken van degene die U gezonden heeft” (pag. 35, regels 15-21). Na deze bekentenis onderwijst Jezus Judas persoonlijk. Aan het einde van dit persoonlijke onderwijs, waarin Judas uitgenodigd wordt de wolk te betreden (om getransformeerd te worden?), doet Jezus zijn meest schokkende instructie: “Je zult ze ver te boven gaan. Want jij zult de man offeren die mij kleed” (pagina 56, regel 18-20). Dus terwijl de andere discipelen hun tijd verspillen aan inferieure aanbidding en activiteiten (dieren offeren naar de joodse gewoonte, waarschijnlijk), zal Judas het offer uitvoeren dat er werkelijk toe doet, het offer dat resulteert in verlossing: Hij zal het fysieke lichaam van Jezus offeren, dus zorgen dat Jezus in staat is zijn missie te voltooien. Op deze manier wordt Judas inderdaad de grootste der apostelen. 

Vervolgens gaat het verhaal verder met het overdragen van Jezus aan de heersende priesters: “De heersende priesters mopperden omdat hij (Jezus) de gastenkamer in was gegaan om te bidden. Echter sommige schriftgeleerden stonden daar voorzichtig op wacht om hem te arresteren tijdens het gebed, want ze waren bang voor de mensen, daar Jezus door iedereen gezien werd als profeet. Ze benaderden Judas en zeiden tot hem: ‘Wat doet u hier? U bent de discipel van Jezus.’ Judas antwoordde hen zoals ze wensten; en Judas ontving wat geld en droeg hem (Jezus) aan hen over” (pagina 58, regel 9-26). [7] Er wordt niets genoemd over een proces, executie of wederopstanding. Het evangelie van Judas vertelde wat het wilde vertellen: De gehoorzaamheid van Judas en hoe deze gehoorzaamheid Jezus hielp in het vervullen van zijn verlossende missie. Judas transformeerde van een misdadiger naar een held en van een verrader naar een heilige.

 
De betekenis van het evangelie van Judas

In een schrijven van 180 na Christus vaart Irenaeus uit tegen een groep die hij en anderen de Kaïnieten noemen, ongetwijfeld omdat deze groep helden maakt van bijbelse misdadigers, van Kaïn die zijn broer Abel vermoorde, tot Judas die Jezus aan zijn vijanden overleverde. Irenaeus heeft dit te zeggen:

Anderen verklaren opnieuw dat Kaïn zijn bestaan ontleent aan de Macht boven, en erkennen dat Esau, Kora, de Sodomieten, en alle soortgelijke personen verwant zijn aan henzelf. Op deze verantwoording, voegen ze toe, zijn ze overvallen door de Schepper, ondanks dat raakte geen van hen verwond. Want Sofia had de gewoonte af te voeren wat van haar was van hen naar haarzelf. Zij verklaren dat Judas de verrader grondig op de hoogte was van deze dingen, en dat hij alleen de waarheid wist, zoals niemand anders die wist, het mysterie van het verraad volbracht; door hem worden alle dingen, zowel aardse als hemelse, dus in de war gegooid. Zij produceren een fictieve geschiedenis van deze soort die zij het evangelie van Judas noemen. [Adversus Haereses 1.31.1]
 
In andere woorden, de zogenaamde Kaïnieten identificeren zich met de misdadigers van het Oude Testament. Zij doen dit omdat ze geloven dat de God van deze wereld, in sterk contrast met de God van het Licht boven, een kwade God is. Overeenkomstig moeten mensen, die de God van deze wereld haat en probeert te vernietigen, zoals Kaïn, Esau, of de mensen van Sodom, goede mensen zijn, mensen aan de zijde van de God van het licht. Het evangelie van Judas deelt zonder twijfel dit uitgangspunt.

Het evangelie van Judas levert een betekenisvolle bijdrage aan ons begrip van het christendom in de tweede eeuw, in het bijzonder met betrekking tot de vraag van ongelijkheid. We hebben hier mogelijk te maken met een zeer vroeg exemplaar van Sethiaans Gnosticisme, een vorm van Gnosticisme dat mogelijk haar wortels heeft in het Joodse pessimisme dat verscheen in nasleep van de vernietigende oorlogen in 66-70 en 115-117.  [8]
                                                                                                                                                     
Het is hoogst onwaarschijnlijk dat het evangelie van Judas authentiek, onafhankelijk materiaal bevat, materiaal dat onze kennis van Judas en zijn relatie met Jezus aanvult. Ongetwijfeld zullen populaire schrijvers een aantal fantastische verhalen over het “echte verhaal” schrijven, maar dat is alles wat ze zullen produceren, fantastische verhalen. Zelfs James Robinson, die in de verste verte geen traditionele christen is, wijst het evangelie van Judas van de hand als geen waarde hebbende voor het begrip van de historische Judas. Hij heeft waarschijnlijk gelijk.

Vader Donald Senior, een Rooms Katholieke priester, bevestigde dat in zijn opinie het evangelie van Judas geen impact zal hebben op de christelijke theologie of op het christelijke begrip van het evangelie. Opnieuw heb ik geen twijfel over de juistheid van zijn woorden.

Het enige aan het evangelie van Judas dat me verwonderde was de interessante verklaring die we vinden in het evangelie volgens Johannes waar Jezus tot Judas zegt: “Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’” (Johannes 13:27). De andere discipelen begrijpen niet wat Jezus zei.

Wat hier interessant is dat we op zijn minst twee andere gevallen kennen waar Jezus duidelijk apart een afspraak heeft met een paar discipelen waarover andere discipelen niets weten. We zien dit in het halen van het dier voor de intocht in Jeruzalem (Marcus 11) en in het vinden van het gastenvertrek (Marcus 14). Exegeten en historici mogen zich terecht verwonderen als de episode uit Johannes 13 een derde episode is waarin Jezus individueel een afspraak heeft met een discipel waarvan de andere discipelen niets wisten. Het zou kunnen dat de andere discipelen speculeerden dat Jezus Judas weg zond om een taak te volbrengen, misschien in relatie tot de beveiliging van Jezus later die avond. Zo ja, dan was Judas verschijning in gezelschap van gewapende mannen, die Jezus gevangennamen en hem uitleverden aan de heersende priesters, inderdaad verraad.

Het kan zijn dat we aan het evangelie van Judas een groots opgezet, partijdig, onhistorisch en fantasierijke uitzetting hebben van dit thema. Ja, Jezus had een onderlinge verstandhouding met Judas, en ja, Judas leverde Jezus over aan zijn vijanden. Maar nee, dat was geen verraad; het was wat Jezus wilde dat hij deed. Aldus het evangelie van Judas.

Wat voor afspraak Jezus ook had met Judas (en Johannes lijkt een getuige te zijn dat hij een mogelijk een soort van afspraak had), overgedragen worden aan de heersende priesters was zeker niet wat Jezus plande. zodoende verschaft het evangelie van Judas ons misschien aanwijzing die ons ertoe leidt nieuwe vragen te stellen over het waarom Judas Jezus verraadde en hoe hij dit precies deed. [9]

Geschriften buiten het Nieuwe Testament en zelfs later dan het Nieuwe Testament bieden soms interessante assistentie in de taak van het interpreteren van het Nieuwe Testament. Het evangelie van Judas biedt ons geen historisch relaas van wat de historische Judas werkelijk deed of wat de historische Jezus werkelijk leerde aan deze discipel, maar mogelijk bevat het een element van traditie, hoewel erg verwrongen en in een verkeerd daglicht geplaatst, wat exegeten en historici kan dienen in onze worsteling deze raadselachtige discipel beter te begrijpen. [10]

 

EINDNOTEN:

  1. Koptisch is de Egyptische taal die na Alexanders verovering van het Midden-Oosten in de 4e eeuw na Christus, het Griekse alfabet accepteerde (samen met een paar extra letters). De Nag Hammadi boeken zijn ook in het Koptisch geschreven.
  2. De kronkelige en fascinerende geschiedenis van de codex, nu de codex Tchacos genoemd, is beschreven door Herb Krosnev in zijn rijk gedocumenteerde en inzichtelijke boek: The Lost Gospel: The Quest for the Gospel of Judas Iscariot (Washington, DC: The National Geographic Society, 2006). Het verhaal wordt ook beschreven in Andrew Cockburns: "The Judas Gospel," National Geographic 209/9 (May 2006) 78-95.
  3. Rodolphe Kasser, Marvin Meyer en Gregor Wurst, The Gospel of Judas, with additional commentary by Bart D. Ehrman (Washington, DC: The National Geographic Society, 2006). De engelse vertaling en foto’s van de Koptische tekst zijn beschikbaar op de website van National Geographic.
  4. Het zou verwonderlijk zijn als het evangelie van Judas überhaupt in enige zin, christelijk is
  5. Het vertaalde “relaas” is eigenlijk het Griekse leenwoord logos.
  6. Het vertaalde “evangelie” is eigenlijk het Griekse woord euaggelion. Ook moet worden opgemerkt dat er duidelijk staat: “evangelie van Judas” en niet “evangelie volgens Judas,”  zoals we zien bij de Nieuwtestamentische evangeliën en ook in veel evangeliën van buiten het Nieuwe Testament. De auteur van het evangelie van Judas lijkt te impliceren dat Judas niet als de auteur van dit evangelie gezien moet worden, het evangelie van Judas gaat over Judas.
  7. De vertalingen zijn gebaseerd op Kasser, Meyer en Wurst, Het evangelie van Judas.
  8. Zie over deze interessante hypothese C.B. Smith II, No Longer Jews: The Search for Gnostic Origins (Peabody, MA: Hendrickson, 2004).
  9. De motieven van Judas om Jezus over te dragen aan de autoriteiten zijn niet duidelijk. Was het hebzucht (zoals in Matteüs en Johannes) of was het satan (zoals in Lucas en Johannes)? Waren dit echter de primaire factoren of alleen bijdragende factoren? Inderdaad, het Nieuwe Testament levert twee relazen over het geloof van Judas (zie Matteüs 27:3-10 waar Judas zelfmoord pleegt en de priesters de Bloedakker kopen; of Handelingen 1:15-20 waar Judas het veld koopt en dan een fatale val maakt). Judas is inderdaad een man van mysteriën.
  10. Ik moet hier een correctie doen aan iets wat naar mijn mening anders een goed stuk journalisme is. In “het Judas evangelie” vat Andrew Cockburn mijn beoordeling in de volgende woorden samen: “Dit verhaal is betekenisloze fictie” (p. 91). Nee, het is geen betekenisloze fictie; verre van dat. Het evangelie van Judas is vol van betekenis, in het bijzonder voor tweede-eeuwse mystici en Gnostici die de wereld en Jezus in een heel andere voetlicht zagen. Mijn punt, gegeven in mijn eigen woorden, wat Cockburn betrouwbaar weergeeft wordt hier genoemd: “Er is niets in het evangelie van Judas dat ons iets verteld wat we als historisch betrouwbaar kunnen beschouwen” (p. 91). Ik sta achter deze verklaring, maar niet achter Cockburns interpretatie van mijn verklaring. Wat ik heb voorgesteld in deze korte studie is dat het fantasierijke verhaal in Judas mogelijk een authentieke overlevering weerspiegeld waarin wordt herinnerd aan het feit dat Judas een belangrijke discipel was en Jezus hem een geheime opdracht gaf. Dit kan zijn waarop toegespeeld wordt in Johannes 13. Het evangelie van Judas maakt ons alert op deze mogelijkheid, zelfs als we zijn overlevering beoordelen als in zijn totaliteit fictief.