| |
De opstanding van Christus: Mythe of realiteit?
door Matt Perman
Stel je voor dat je de hele dag bent wezen wandelen in de bergen van Colorado en je bent verdwaald. Een verschrikkelijke sneeuwstorm nadert snel en als je niet snel de weg vind dan kost het je het je leven. Je komt bij een tweesprong waar je twee mensen ziet. Eén ligt op de grond…dood. De ander staat overeind en draagt het uniform van een parkwachter, hij leeft. Wie zou je de weg vragen? Vanzelfsprekend de persoon die leeft.
Een gelijksoortige situatie vinden we rondom vragen over het leven na de dood. Vele religies claimen de antwoorden te hebben, ze zijn echter allemaal tegenstrijdig met elkaar. [1] Ze kunnen niet allemaal waar zijn. Dus hoe weten we wie we moeten geloven?
Het christendom lijkt uniek te zijn. Haar stichter en leider, Jezus Christus, onderging niet alleen de dood, maar ook wordt geclaimd dat Hij uit de dood opstond en de dood overwon. Als dit waar is, wie zou je dan geloven in kwesties als de eeuwige bestemming, iemand die in het graf ligt, of iemand die opgestaan is uit het graf?
Als Jezus werkelijk opgestaan is, is het redelijk om Zijn bewering dat Hij de enige weg tot God is te overwegen: “Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.” (Johannes 14:6). Echter volgens de apostel Paulus: “Maar als Christus niet is opgewekt, is uw [christelijk] geloof nutteloos” (1 Korintiërs 15:17). Dus dan rijst de vraag: Is Jezus echt opgestaan uit de dood?
Om deze zaak te onderzoeken, gaan we zes feiten na die feitelijk alle geleerden, zelfs kritische niet-christelijke geleerden, als historisch erkennen.[2] We zullen ook zien dat de bijbel niet de enige bron is van bewijs voor de opstanding van Christus. John Singleton Copley, die bekend staat als één van de grootste rechtskundige geleerden in de Britse geschiedenis, vat de kwestie goed samen: “Ik weet heel goed wat bewijs is; en in vertel u, bewijsmateriaal zoals dat van de opstanding, is nog nooit weerlegd.” [3]
1. Jezus stierf vanwege de beproevingen aan het kruis en werd begraven in een tombe.
Jezus is gekruizigd. Bronnen buiten de bijbel bevestigen dit feit. In het bijzonder een referentie van Thallus, een niet-christelijke Samaritaanse historicus, is interessant. Hij achtte de kruisiging van Jezus van zoveel belang dat hij het in zijn Geschiedenis van de Wereld opnam, dat hij ongeveer in 52 n. Chtistus schreef. Thallus trachtte de duisternis die viel toen Jezus aan het kruis stierf weg te verklaren als een zonne-eclips. [4] Joodse bronnen refereren ook naar de kruisiging van Jezus tijdens het Pascha. [5]
Jezus was dood. De aard van een straf als kruisiging verzekerd de dood. Na analyse van het historisch en medisch bewijs concludeert een artikel van het Journal of the American Medical Association: “Daarom lijken interpretaties die gebaseerd zijn op de veronderstelling dat Jezus niet aan het kruis is gestorven tegenstrijdig te zijn met de moderne medische wetenschap” (21 maart 1986, p. 1463). Zelfs als Jezus niet aan het kruis was gestorven, dan was Hij Zeker gestorven na drie dagen in een tombe zonder voedsel, water en de broodnodige medische hulp.
2. Jezus tombe was enkele dagen later leeg
Professor in de filosofie Dr. G. R. Habermas schrijft in zijn Ancient Evidence for the Life of Jesus: “Ons onderzoek [naar buiten-bijbelse bronnen] heeft laten zien dat Jezus in Palestina onderwees en in Jeruzalem onder Pontius Pilatus gekruisigd is. Deze bronnen verklaren dat het Christendom op dezelfde plaats haar oorsprong had .” De apostelen van Christus gingen niet naar één of andere onbekende plaats om Zijn opstanding te prediken, in plaats daarvan keerden ze terug naar de stad Jeruzalem, de plaats van Jezus' executie en graf. Als hetgeen de apostelen predikten vals was, dan zou dit ontdekt worden door de mensen in Jeruzalem en zou het christendom waarschijnlijk nooit haar oorsprong gevonden hebben.
Daarom vereist de situatie dat Jezus niet langer in Zijn tombe was. Paul Althaus schrijft dat de opstandingproclamatie “het in Jeruzalem geen dag uitgehouden had , ja zelfs geen uur, als de leegte van het graf niet werd vastgesteld als een feit voor een ieder die belangstelling had.” [6]
Ten tweede getuigt een vroeg joods getuigenis van het lege graf. Matteüs 28:11-15 refereert naar de Joodse bewering dat de discipelen het lichaam gestolen zouden hebben. De auteur voegt hieraan toe dat het verhaal nog steeds de ronde doet op het moment dat hij schrijft. Deze tekst kon niet geschreven worden tenzij er werkelijk een Joods tegenargument was voor de lege tombe, anders zou deze passage ontmaskerd zijn als vals. Ook zou de passage zinloos zijn, omdat het hoofddoel van deze passage het weerleggen van de Joodse beschuldiging was. Het belang hiervan is dat de vroege joden het lege graf niet ontkenden, maar eerder nog erkenden dat het graf leeg was door het weg te redeneren. Hieraan toegevoegd brengt Josh McDowel een compilatie van 5e eeuwse Joodse geschriften naar voren die de Toledoth Jeshu genoemd worden, die getuigen dat de tombe leeg was. Dr. Paul Maier noemt dit “positief bewijs van een vijandige bron, het sterkst historisch bewijs dat je maar kan hebben. In essentie, als een bron een feit toegeeft dat niet in haar voordeel spreekt, dan is het feit betrouwbaar. Dit is nu precies het geval met de lege tombe.
Vanwege het sterke bewijs voor de lege tombe zijn er veel theorieën die een poging doen dit onderuit te halen met als doel de opstanding van Christus te ontkennen.
Gingen de discipelen naar de verkeerde tombe?
Dit kan niet het geval zijn geweest omdat de joodse autoriteiten, omdat ze tegen het christendom waren, geen tijd verspild zouden hebben het lichaam van Christus uit de juiste tombe tevoorschijn te halen om op deze manier een einde aan het christendom te maken. Zeker iemand zou deze “fout” opgemerkt hebben.
Hebben de discipelen het lichaam gestolen?
Als dit zo was dan waren de mannen die ‘s werelds hoogste morele standaard leverden fraudeurs, leugenaars en hypocrieten. Is dit geloofwaardig? Paul Little vraagt: “Zijn deze mannen die meehielpen de morele structuur van de maatschappij te veranderen, complete leugenaars of misleidende gekken? Deze alternatieven zijn moeilijker te geloven dan het feit van de opstanding, en er is geen bewijs voor.
Hebben de Joden of de Romeinen het gestolen?
Dr. John Warwick Montgomery wijst deze mogelijkheid van de hand: “Het gaat de grens van geloofwaardigheid voorbij dat de vroege christenen een dergelijk verhaal verzinnen en dit verkondigen onder hen die dit gemakkelijk kunnen weerleggen door het lichaam van Jezus tevoorschijn te halen.” [8] Als ze het lichaam hadden, waarom legden ze het lichaam dan niet op een kar en reden ze het niet heel Jeruzalem door, om zo voor altijd het geloof in de opstanding van Christus te elimineren?
En de grafrovers?
Zij stelen wat zich op het lichaam bevind, niet het lichaam. Wie wil er nou een dood lichaam stelen?
Hieraan toegevoegd verwerpen de meeste geleerden vandaag de dag deze theorieën omdat ze allen falen in het verklaren van een andere cruciale factor:
3. De discipelen hadden echte ervaringen met iemand waarvan ze geloofden dat hij de opgestane Christus was.
Dit feit wordt vandaag de dag niet wijd en zijd betwist, zelfs niet onder kritische geleerden, [9] om de getuigenissen uit de eerste hand die dit ondersteunen. De evangeliën, die deze verschijningen vastgelegd hebben, claimen geschreven te zijn door ooggetuigen van het leven van Jezus en door hen die de ooggetuigenverslagen vastlegden. Deze interne beweringen zijn bevestigd door externe bronnen. [10] Ter aanvulling hierop is de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament bevestigd door buitenbijbelse bronnen en archeologie. [11] Om deze redenen kan de conclusie dat de evangeliën ooggetuigenverslagen vastleggen, zoals ze claimen, niet ontkend worden.
In deze betrouwbare ooggetuigeverslagen wordt vermeld dat Jezus fysiek levend aan zijn discipelen verscheen na Zijn kruisiging. Dit getuigenis wordt geverifieerd door 1 Korintiërs 15:3-8. In deze passage vermeld Paulus een vroeg geloofsgetuigenis dat betrekking had op de opstandingverschijningen waarvan een meerderheid van geleerden geloofd dat hij deze binnen 6 jaar na de kruisiging ontving van Petrus en Jakobus. Gezien het feit dat Petrus en Jakobus beide vermeld worden in dit geloofsgetuigenis als diegenen die Jezus levend hebben gezien na Zijn dood, kunnen we het eens zijn met de Joodse geleerde Pinchas Lapide die zegt dat deze geloofsgetuigenis “beschouwd mag worden als de verklaring van een ooggetuige.” [12]
Omdat de evangeliën en dit geloofsgetuigenis het vroege getuigenis zijn van ooggetuigen (om nog maar niet te spreken van het feit dat aangetoond is dat deze getuigen betrouwbaar zijn), kunnen we de theorie dat de opstanding een mythe of legende is uitsluiten. Er zijn slechts drie opties, de discipelen hallucineerden, logen, of ontmoetten werkelijk de lichamelijk opgestane Christus.
De discipelen hebben niet kunnen hallucineren omdat deze theorie botweg tegenstrijdig is met bepaalde psychologische principes inzake het controleren van verschijningen in hallucinaties. Ook vermelden de discipelen het aanraken van Jezus en het geven van eten aan Hem (Lucas 24:39-43), wat niet gedaan kan worden met een hallucinatie. Ter aanvulling, deze theorie schiet tekort inzake de lege tombe. De volgende optie is dat de apostelen logen. Maar…
4. De discipelen van Jezus waren veranderd in dappere getuigen die stierven voor hun geloof in de opstanding.
Van de twaalf discipelen stierven er tien voor hun geloof in de opstanding van Christus en hun geloof in Hem als de Zoon van God. Dit is van groot belang omdat als Jezus niet uit de dood was opgestaan ze dat hadden geweten. Mensen sterven misschien voor iets waarvan ze geloven dat het juist is, maar wat in feite vals is. Maar als de opstanding niet plaatsgevonden had, stierven de discipelen niet slechts voor een leugen die ze per ongeluk voor waar aanzagen, maar stierven ze voor een leugen waarvan ze wisten dat het een leugen was. Tien mensen geven niet hun leven voor iets waarvan ze wisten dat het een leugen was.
Josh McDowel zegt hierover het volgende: “Volgelingen van Jezus kunnen nooit marteling en dood ondergaan hebben tenzij ze overtuigd waren van Zijn opstanding. De unanimiteit van hun boodschap en de lijn in hun gedrag waren verbazingwekkend… Als zij bedriegers waren, is het moeilijk uit te leggen waarom één van hen niet bezweek onder druk.” [13] Kunnen we na gebeurtenissen als de Watergate-affaire logischerwijs nog aannemen dat de discipelen zo’n leugen totaal kunnen verbergen?
5. Het bestaan van de christelijke kerk
Het Christendom vereist een historische aanleiding. Het bestond niet voor 30 A.D waarna het plotseling uitbarstte, zich verspreidend als vuur, wereldveranderend. Wat kan de oorzaak zijn buiten de opstanding, zoals de vroegere christenen claimden?
Josh McDowel schrijft: “De kerk is gegrondvest op de opstanding, en de weerlegging hiervan zou de hele christelijke beweging vernietigd hebben. Echter i.p.v. enige weerlegging, zijn christenen gedurende de eerste eeuw bedreigd, geslagen, gegeseld en vermoord om hun geloof.” [14] Om het Christendom het zwijgen op te leggen zou het veel simpeler geweest zijn bewijs aan te wenden dat de opstanding weerlegd, dit was echter onmogelijk.
6. De bekering van Paulus
Als er geen opstanding was, dan bedroog Paulus de andere apostelen over een verschijning van Christus aan hem, en zij op hun plaats bedrogen Paulus! “Erger nog, wat kan hem gemotiveerd hebben zijn voormalig ‘ambt’ van het vervolgen van christenen op te geven terwijl hij ervan overtuigd was dat het Gods wil was? Vanuit zijn oogpunt bekeken, waarom zou hij de verdoemenis van zijn ziel riskeren door zich te bekeren tot iets wat hij ziet als een anti-joods geloof?”[15] Paulus zegt dat het een verschijning was van de opgestane Christus die hem ervan overtuigde dat het christendom de waarheid is.
Gebaseerd op al dit bewijs is mijn conclusie dat het Christelijk geloof een rationeel geloof is (geen blind geloof), niet gebaseerd op mythes of legendes, maar op een betrouwbaar historisch feit, de opstanding van Jezus. Wat denk jij? Zou je het eens zijn met George Ladd die het volgende zei: “De enige rationele verklaring voor deze historische feiten is dat God Jezus opwekte in lichamelijke vorm” [16] Hoe kun je anders al deze feiten verklaren? Misschien moet je voordat je tot een conclusie komt nog één extra reden overwegen.
7. Jezus heeft door de geschiedenis heen miljoenen levens veranderd
Mijn redenen om in Christus’ opstanding te geloven zijn niet simpelweg gebaseerd op historische feiten, hoe belangrijk deze ook zijn. Ik geloof dat Jezus uit de doden opstond omdat Hij in mij leeft en ik het overvloedige leven ervaren heb dat Hij biedt. Miljoenen anderen hebben dit ook ervaren wat ons naar de meest belangrijke vraag leidt: Wat is het belang van de opstanding van Jezus?
Ten eerste mogen we er zeker van zijn dat het leven niet eindigt in het graf. Ten tweede mogen we er zeker van zijn dat Jezus is wie Hij claimt te zijn, namelijk volledig God en volledig mens. Daarom is Jezus de Enige die met zekerheid en definitieve autoriteit kan spreken over zaken als eeuwige bestemming. Dit bevestigt de claim van Jezus de enige weg tot God te zijn en de claim dat het Christendom waar is. Ten derde is er oprechte hoop. Door de opgestane Jezus kunnen we een persoonlijke relatie hebben met de levende God, de zekerheid hebben op eeuwig leven en Zijn overvloedige leven ervaren.
Verscheidene jaren geleden begon ik mijn relatie met God. Ik begreep dat God van mij hield en mij geschapen heeft om Hem persoonlijk te kennen. Maar ik was me ook bewust dat ik voor een heilig en rechtvaardig God moreel schuldig was (d.w.z. zondig) en zijn oordeel verdiende. Ik kwam tot het begrip dat een relatie met God niet hersteld kon worden tenzij de straf voor mijn zonde betaald was, eeuwige dood (Romeinen 6:23)
Het goede nieuws is dat Jezus aan het kruis in onze plaats stierf om de doodstraf voor onze zonde te betalen (Romeinen 5:8). Dat is wat het “Christus stierf voor ons” betekent. Dat is ook waarom Hij de enige weg tot God is, Jezus is alleen gestorven om ons van vergiffenis te voorzien. Als er een andere manier was geweest zou Jezus niet gestorven zijn. Zijn opstanding toont aan dat Hij de dood en de zonde overwonnen heeft.
De bijbel zegt dat deze relatie met God en het eeuwig leven een geschenk is en daarom niet met goed gedrag verdiend kan worden (Efeziërs 2:8, 9). Net als ieder ander geschenk wist ik dat ik het moest accepteren voordat het van mij zou worden (Johannes 1:12). Dus gaf ik toe aan God dat ik tegenover Hem schuldig was aan rebellie en maakte de beslissing mijn vertrouwen in Jezus te stellen, in Zijn vergeving en eeuwig leven. Ik werd bemoedigd door Zijn beloften in mijn leven te komen (Openbaringen 3:20), mij eeuwig leven te geven (Johannes 5:24) en me een nieuw persoon te maken (2 Korintiërs 5:17). Dit geeft mij niet alleen hoop voor het hiernamaals, maar ook voor het hier en nu.
Niemand wil in iets geloven dat niet waar is, zeker ik niet. De opstanding van Jezus heeft me een belangrijke reden te geloven dat mijn geloof niet voor niets is.
Het bewijs is helder: Mohammeds tombe – bezet. Boedha’s tombe – bezet. Confucius tombe – Bezet. Jezus Tombe – LEEG. Wat is jou oordeel?
Voetnoten
1. Mortimer J. Adler, Truth in Religion: The Plurality of Religions and the Unity of Truth, Macmillan, 1990.
2. Antony Flew and Gary Habermas, Did Jesus Rise From the Dead?, pagina 19, 20.
3. Wilbur M. Smith, Therefore Stand, p. 425.
4. F.F. Bruce, The New Testament Documents: Are They Reliable?, InterVarsity Press, 1972, p. 113.
5. The Babylonian Talmud, Sanhedrin, 43a.
6. Josh McDowell, Evidence that Demands a Verdict, Thomas Nelson Publishers, 1979, p. 217.
7. Paul Little, Know Why You Believe, Scripture Press Publications, Inc., 1971, p. 63.
8. John Warwick Montgomery, History and Christianity, InterVarsity Press, 1972, p. 78.
9. Carl Braaten, History and Hermeneutics, p. 78.
10. History and Christianity, pp. 31-35.
11. Evidence, pagina 65-74.
12. Pinchas Lapide, The Resurrection of Jesus, p.99. For a more in-depth treatment of 1 Cor. 15:3-8, refer to endnote 15, pp. 67-68.
13. Josh McDowell, More Than a Carpenter, Tyndale House Publishers, 1977, p. 67.
14. Evidence, p. 218.
15. Gary Habermas & J.P. Moreland, Immortality: The Other Side of Death, Tyndale House Publishers, 1992, p. 58.
16. George Ladd, I Believe in the Resurrection of Jesus, William B. Eerdsman Publishing, 1975, p. 141.
Tenzij anders aangegeven zijn alle Schriftcitaten uit de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap.
|